<p>&bull; Herdenking bij het monument van de treinramp bij Harmelen. Daarop staan de namen van de 93 slachtoffers. &nbsp;</p>

• Herdenking bij het monument van de treinramp bij Harmelen. Daarop staan de namen van de 93 slachtoffers.  

(Foto: Paul van den Dungen )

Treinramp Harmelen: ‘Heb nooit afscheid van mijn vader kunnen nemen’

  •   keer gelezen

WOERDEN • Bij het herdenkingsmonument in Harmelen is zaterdag de treinramp herdacht die precies 60 jaar geleden plaatsvond nabij de toenmalige spoorwegovergang De Putkop. 93 mensen kwamen bij de ramp om het leven, 52 raakten gewond.  


Op 8 januari 1962 botsten op de plek in dichte mist twee reizigerstreinen op elkaar. Zaterdag om 09.19 uur, het exacte tijdstip van de ramp, legden burgemeester Victor Molkenboer en regiodirecteur Irma Winkenius van de NS een krans bij het monument. Dat gebeurde onder toeziend oog van nabestaanden, Harro Homan van Prorail, wethouder Ad de Regt en raadslid Hendrie van Assem. Na de kranslegging werd door de aanwezigen twee minuten stilte gehouden. 

Adjudant
Hierna legden veel nabestaanden bloemen bij het monument. Daaronder ook Eleonora Kamerbeek (79) en haar broer Sjaak Kamerbeek (73) die hun vader Evert Kamerbeek verloren bij de ramp. Hij was in 1962 opperwachtmeester bij de toenmalige Rijkspolitie in Middelharnis en zou op 1 februari worden bevorderd tot adjudant en overgeplaatst naar Jutphaas.

Bij Eleonora Kamerbeek gaat er geen dag voorbij dat zij niet aan de gebeurtenis denkt. “Het is een deel van mijn leven”, zegt ze. “Ik was toen 19 jaar en mijn broer Sjaak pas 13. Het duurde die dag een hele tijd voordat wij definitief uitsluitsel kregen. Samen met andere slachtoffers lag mijn vader opgebaard in de Buurkerk in Utrecht. Zowel ik als mijn andere broers en zussen mochten niet naar Utrecht toe. Mijn vader heb ik dus nooit meer gezien. Afscheid nemen kon dus niet, en dat doet tot op de dag van vandaag nog pijn.”

Uitrukkleding
Ook aanwezig bij de herdenking is Henny Koetsier met zijn echtgenote. In 1962 zat hij nog maar net bij de brandweer in Woerden. De toen 28-jarige Koetsier was vertegenwoordiger van beroep en reed die bewuste ochtend in zijn kleine auto naar een klant in Barneveld. Onderweg kwam hij brandweermensen in hun uitrukkleding tegen. “Op dat moment wist ik nog niets van het treinongeval. Nadat mijn collega’s me hadden ingelicht, stapten vier man in mijn auto en ben ik naar Harmelen gereden.”

Aangekomen op de rampplek stond commandant Van der Laan van de brandweer Harmelen hen al op te wachten. “Vanaf de overweg was het ongeveer 75 meter lopen om op de plek van het ongeval te komen”, herinnert Koetsier zich nog goed. “De ravage was immens en overal lagen slachtoffers. Dokter Dijkstra was op dat moment de enige chirurg ter plaatse. De directeur van het Hofpoort Ziekenhuis liep met ons langs de slachtoffers en bepaalde ter plaatse wie er hulp nodig had.” 

Koetsier’s vrouw - “we waren net een jaar getrouwd” - wist al dat er iets aan de hand was. “De brandweerbel, die bij ons in de meterkast zat, had namelijk al van zich laten horen.” 

Hoewel hij inmiddels al dik in de tachtig is, kan Koetsier zich de gebeurtenissen van die dag nog goed voor de geest halen. “Als jonge brandweerman had ik al wel wat gezien, maar dit ongeval overtrof alles. Later, bij de onthulling van dit monument, heb ik nog met mr. Pieter van Vollenhove over mijn ervaring en belevenissen van die dag gesproken. Daar was hij heel belangstellend naar.” 

Nazorg
Er was in die tijd nog geen nazorg, zoals dat nu het geval is. Een goed vergelijk na 60 jaar is volgens Koetsier dan ook moeilijk te maken. “Maar de inzet van de hulpverleningsdiensten was groot. De stilte van de dood werd soms verstoord door gekreun, gekerm en gegil van de nog levende slachtoffers. Een ramp om nooit te vergeten.”

Paul van den Dungen

Floris Bakker
Redacteur / coördinator van Het Kontakt Krimpener- en Lopikerwaard
Volg @BakkerFloris op twitter >
Ontvang 'm elke week gratis > Meer berichten