• Joop Branger bezoekt de Algemene Begraafplaats en schrikt van de staat van onderhoud. 'Als mijn vader dit kon zien...'
• Joop Branger bezoekt de Algemene Begraafplaats en schrikt van de staat van onderhoud. 'Als mijn vader dit kon zien...' Foto: Karl Flieger

Algemene Begraafplaats Harmelen is een woestenij

27 mei, 08:45 Algemeen 144 keer gelezen

HARMELEN • Een toegangshek dat deels verdwenen is en deels achteloos op de grond ligt. Scheefgezakte grafstenen. Onkruid tot op heuphoogte. Wie onvoorbereid een bezoekje brengt aan de Algemene Begraafplaats aan de Leidsestraatweg in Harmelen, staat versteld van het verval. 

Deze begraafplaats verdient een beter onderhoud en dat is een understatement. De burgers van Harmelen moeten daar zelf voor zorgen, want bij de gemeente Woerden staat het verpieterde kerkhof niet of nauwelijks op de radar.

Het burgerinitiatief ter behoud en verbetering van de Algemene Begraafplaats, vorige week gestart in het Dorpshuis, heeft een duidelijk doel: de begraafplaats zijn centrale functie in Harmelen teruggeven. Niet als de wildernis die hij nu is, maar als monumentale plek, waar de doden op een waardige manier kunnen worden herdacht. 

Als we Joop Branger, telg uit een vele generaties tellend geslacht van begrafenisondernemers, op de avond van het overleg op de begraafplaats spreken, laat een toevallig aanwezige dame zich veelbetekenend aan het graf van haar grootmoeder ontvallen: “Goh, er is zeker al heel lang niets meer aan deze begraafplaats gedaan...”

Sinds 1845 een Branger
“Dit is inderdaad wel een blamage, ik schrik er van”, zegt Joop Branger (75) tijdens een bezoekje aan het graf van zijn ouders. Meer nog dan het anderen zou doen, steekt hem de deplorabele staat van onderhoud. Van 1845 tot 1967, het jaar waarin de vader van Joop overleed, heeft er steeds een Branger de protestantse en algemene uitvaarten verzorgd. Deze begraafplaats voelt dus voor Joop een beetje als thuis. “Vader was begrafenisondernemer, barbier en schoenmaker tegelijk”, vertelt hij. “Dat ging zo in de jaren na de oorlog, er moest geld worden verdiend. Harmelen was toen nog heel klein en met vier kappers en zes schoenmakers was dat geen vetpot. Dat mijn vader dus net als zijn vader, opa en verdere voorouders begrafenisondernemer was, zorgde ervoor dat hij het gezin draaiende kon houden. Maar het was erg hard werken.”

Wat heet. Met een klantenkring die voor een groot deel uit boeren bestond, draaide vader Branger in hun ritme mee. “Je had vroege en late boeren, zo werd dat genoemd. De vroege boeren kwamen ‘s ochtends om vijf uur al naar vader om zich te laten knippen. Daarna gingen ze de koeien melken. De late boeren kwamen ‘s avond, en bleven dan soms wel tot na elf uur zitten kletsen. Daardoor maakte mijn vader vaak dagen van wel zestien uur.”

Opknapbeurt is niet genoeg
En dan waren er natuurlijk geregeld de uitvaarten richting Algemene Begraafplaats. Joop Branger herinnert het zich nog goed, al is het inmiddels 55 jaar geleden. “De dood was altijd in huis. Ik herinner me dat de dragers hun eigen kostuum hadden, maar vader bewaarde extra jassen thuis, voor als iemand moest afzeggen. Die hingen in de bedstee. Net als de vloerkleden waarmee bij een overlijden een rouwkamer werd ingericht. Dat gebeurde altijd bij de mensen thuis, er waren geen andere locaties waar dat in die tijd kon. Mijn vader is ook thuis opgebaard geweest, met zijn gezicht richting het oosten, naar de straatkant toe waar hij altijd zat. Hij had dat helemaal beschreven. Dat kon hij prachtig, schrijven. Hij schreef ook altijd zelf de rouwkaarten voor de families van de overledenen. Dat handschrift, zo mooi.”

Joop Branger was trots op zijn vader. De man met de hoge hoed, de zwarte handschoenen, de statige kostuums met fraaie versierselen (tressen) en dan die indrukwekkende momenten aan de graven van overledenen, die de kleine Joop ook allemaal wel kende. “Ik stond als kind wel eens te kijken als mijn vader een uitvaart deed. Die tressen had je trouwens in drie gradaties: eerste, tweede en derde klasse. Dragers kregen voor een uitvaart in de eerste klasse vijf gulden, in de tweede klasse vier en in de derde klasse drie. Dat onderscheid werd toen gemaakt, ja.”

En dan nu, 55 jaar na het overlijden van zijn vader en 16 jaar nadat zijn moeder hier werd bijgezet, blikt Joop Branger een beetje mistroostig om zich heen. “Er moet hier nodig iets gebeuren”, zegt hij. “Maar een opknapbeurt is niet genoeg, dat zie je wel. Daarna komt het onderhoud. Ik ben benieuwd hoe dat wordt aangepakt.”

Karl Flieger

Karl Flieger

Stuur jouw foto
Mail de redactie
Meld een correctie

Afbeelding
Opbrengst Montmartre voor Mantelmeeuw Algemeen 15 aug, 06:53
Afbeelding
Woerdense Vakantieweek stralend begonnen! Algemeen 14 aug, 12:01
Afbeelding
Buurtbus 524 sluit per 22 augustus beter aan op buslijn 120 Algemeen 14 aug, 11:51
Afbeelding
Het is bloedheet: Woerden zoekt het water op Algemeen 12 aug, 11:45
Afbeelding
Start herstelwerkzaamheden dijk in Snelrewaard: enige hinder voor watersporters Algemeen 12 aug, 08:12
Afbeelding
Van boer tot bord: ‘Proef het Groene Hart’ Algemeen 11 aug, 10:35
Afbeelding
Bestuurder onwel, met spoed naar ziekenhuis 112 10 aug, 09:19
Afbeelding
Water Natuurlijk zoekt kandidaten voor waterschapsverkiezingen Algemeen 10 aug, 08:25