Foto: Foto:

Oneens

Soms is het voor een mens fijn om het ergens hartgrondig mee oneens te zijn. En dat overkwam mij vorige week.

Ik las het relaas van mijn mede columniste, een bewieroking van de door mij gewaardeerde Mark van Leeuwen en een lofzang op een omgebouwde theaterzaal. Maar wat een verschrikkelijke flauwekul was dat.

Misschien begeef ik mij hier op een ongestrooid nieuw Woerdens fietspad, maar laat mij hier stellig zijn. Bands horen niet in een traditioneel theater, tenzij met een theater-tribute, een suf-zakkenvullend matinee of akoestische moeilijkdoenerij. En tuurlijk is Mark creatief geweest door podium en tribune om te wisselen, immers dient pop in de breedste zin per definitie staand/dansend geconsumeerd te worden, maar dat neemt niet weg dat klooster en theaterzaal in alle vormen de ambiance missen waar bands en DJ's wel thuishoren. Namelijk in poppodia. Zalen die gebouwd zijn op vertier en waar bands met publiek samen hard werken om er een prachtige avond van te maken.

En daar gaat de laatste jaren iets verschrikkelijk mis. K77 is nog een klein lichtpuntje terwijl Podium Bredius als feniks probeert te herrijzen uit Babylon. Maar beiden vechten ondertussen tegen zeurende buren, een niet popminnend-beleid en het moeten schrapen op de vierkante millimeter terwijl ze iedere euro 90 keer moeten omdraaien.

'Tijd om de openstaande schuld in te lossen'

Dit is niet toekomstbestendig. Drie popavonden in een omgedraaid theater zijn dat evenmin en zeker geen excuus niets meer te doen aan popcultuur. Ook omdat er nog een vette rekening open staat vanwege het verkwanselen van de Wasserij als culturele vrijplaats.

Wij zijn niet vergeten hoe gemakzuchtig en met de crisis als excuus, de wasserij commerciële horeca werd, afgetopt met kapitale penthouses. Oja,in de vergunning stond iets over cultuur. Maar die wassen neus is ook gesmolten.

We zijn daardoor ernstig tekort gedaan. Als gevolg kunnen we ons nu niet laten afschepen met een halleluja verhaal over een paar bands in het klooster. Tijd om de openstaande schuld in te lossen en ons de culturele vrijplaats met poppodium te geven. Te zorgen dat we geen lachertje meer zijn in de regio en bands en kunstenaars lokaal de ruimte krijgen om tot bloei te komen.

Geef ons het oude Minkema hoofdgebouw als alternatief en ga allemaal naar de Bluesgrass Boogiemen op de volgende avond van Mark. Omdat het een leuke band is, maar vooral om te voelen waarom we een serieus poppodium nodig hebben.

Junior Brandenburg

Meer berichten