Marcel Triesman, alias Marcepijn
Marcel Triesman, alias Marcepijn

Gastcolumn: Hoe groen is ons hart?

In Woerden, waar het agrarische bloed door de aderen der bewoners stroomt, lijkt er een voorkeur te bestaan voor het zogeheten 'groene asfalt', het strakke, gladgeschoren praktische groen, waarop doorgaans koeien gemakkelijk hun weg kunnen vinden. Vanwaar die voorkeur?

Bij een flink aantal stadsgenoten bespeur ik een zekere aversie tegen ongecontroleerd groeiend groen. Waar ik een vrolijk ontluikende natuur zie, ziet een ander verwerpelijk onkruid. De laatste zwoegt met een aardappelschilmesje om het groen tussen de tegels uit te peuteren, veegt gevallen bladeren direct op, is dagen bezig om het tuinterras schoon te spuiten met zo'n dreinend apparaat, geeft de heg een 'blockhead kapsel' of rukt geërgerd een opgroeiende paardenbloem uit zijn modelgazonnetje.

Tja, het is treurig gesteld met de natuurliefde van de gemiddelde burger. Tuinen zijn soms net kleine begraafplaatsen, met veel steen, wat uitgekiende bloembakken en, als kers op de taart, een Griekse torso of moderne plastiek.
Het kan soms nog erger. Wat vindt u bijvoorbeeld van kunstgras?

Bij ons aan de overkant loopt een smal watertje, niet meer dan een flinke sloot, aan beide zijden ingepakt met groen. Dat groen hebben wij als straat ooit geadopteerd en jarenlang onderhouden en gekoesterd.
Tegenover ons, aan de andere kant van het watertje, verrijst een nieuwbouwcomplex dus werd ons adoptiekindje uitgeplaatst. Het had niet veel gescheeld of een paar prachtige haagbeuken hadden moeten wijken voor het bouwplan. Het redelijke verstand en wat overredingskracht hebben het uiteindelijk gewonnen van de natuurminimalisten.

Sedert enige tijd wordt de groenstrook voor ons minder gemaaid. Of dat uit bezuinigingsoogpunt is of vanwege voortschrijdend inzicht ten aanzien van natuurontwikkeling, laat ik in het midden. Ik ben er in ieder geval blij mee.
Maar, u raadt het al, niet iedereen deelt die blijdschap. 'Wat een rommeltje, ziet er niet uit, het is werkelijk om te huilen. Als je door dat hoge gras loopt, trap je zo in de hondenstront.' Dit zijn zo wat opmerkingen van buurtgenoten. Ook een initiatief van de Rotary Club om een tuin met wilde bloemen en planten aan te leggen, kan niet rekenen op veel applaus. 'Daar wordt weer een speelveldje opgeofferd aan die zogenaamde nieuwe natuur.'

Ik ben niet vies van burgerlijke ongehoorzaamheid, liever dat dan die kruiperige, slaafsheid van sommige burgers. Toch maak ik nu een uitzondering en stoor me aan een bepaald soort eigengereidheid van diezelfde burger. Er zijn namelijk bewoners die zonder overleg met de gemeente de maaimachine ter hand nemen om het stukje groen tegenover hen kaal te scheren, want dat kijkt zo lekker weg, toch?
Dat zijn de mensen die zich als natuursceptici op de kaart hebben gezet. Zij hebben last van al dat groen, dus halen ze het weg. Of dat nu openbaar bezit is en of ik het vervelend vind, maakt ze niets uit.

Je zou er hartkloppingen van krijgen.

Marcepijn

Meer berichten

Het lokale nieuws in uw mailbox ontvangen?

Aanmelden