
Wat een 'verkoudheid' mij leerde
Een paar jaar geleden had ik niet gedacht dat ik ooit de lokale politiek in zou gaan. Ik had een druk leven: leidinggevende baan, kleine kinderen, sporten en een druk sociaal bestaan. Tot ik long covid kreeg. Wat begon met een ’verkoudheid’ eindigde met 24 uur per dag in bed. Alles wat ik was en
deed, viel weg.
In die stilte ontdekte ik iets wat ik daarvoor nooit zo had gevoeld: hoe belangrijk je gemeenschap is. Buren die boodschappen deden. Vrienden die mijn kinderen opvingen. Mensen die er gewoon waren, zonder dat ik erom hoefde te vragen. Ik had het altijd druk gehad, maar nu zag ik echt wie er om me heen stond. En met het langzame opbouwen, nog steeds, groeide ook iets anders: het verlangen om iets terug te doen.
Want er zijn zoveel mensen zoals ik. Moeders die jongleren tussen zorg en werk. Mensen met een chronische ziekte. Mensen die buiten de samenleving zijn gezet en naar wie zelden geluisterd wordt. Zij tellen ook mee, maar zitten zelden aan tafel als er beslissingen worden genomen. Terwijl de gemeente er juist voor je moet zijn als je hulp nodig hebt. Je opvangt en helpt als het even niet meer zelf lukt. De politiek moet actief naar mensen toe: mensen opzoeken in hun eigen straat, wijk of dorp en daar horen wat er speelt.
Dat is waarom ik meedoe met de gemeenteraadsverkiezingen voor Volt Woerden. Niet omdat ik alle antwoorden heb. Maar omdat ik iemand ben die eerst luistert voor ze praat. Die doordenkt voor ze handelt. En die daarna ook écht in beweging komt, want stilzitten en afwachten: daar word ik onrustig van. Woerden is een plek waar mensen voor elkaar klaarstaan. Dat heb ik zelf mogen ervaren. Nu wil ik dat ook voor anderen mogelijk maken.