
Geen bloemen, maar donatie aan de Voedselbank
Harmelen - Na zestien jaar neemt CDA-raadslid Toos van Soest uit Harmelen op 31 maart afscheid van de gemeenteraad van Woerden.
In het dorp staat zij bij velen bekend als ‘juffrouw Toos’. In de afgelopen jaren zette zij zich in voor de belangen van inwoners van Woerden, met bijzondere aandacht voor Harmelen. Samen met haar man Hans runt zij een agrarisch bedrijf aan de Gerverscop, waar zij al lange tijd een vertrouwd gezicht is in de gemeenschap.
Geen bloemen
Tijdens de raadsvergadering van afgelopen donderdag verrichtte Van Soest haar laatste officiële daad als raadslid. Zij diende de motie ‘Bedankt voor die bloemen’ in. Dat deed zij namens het CDA, maar ook samen met de fracties Splinter, D66 en Progressief Woerden. In de motie wordt voorgesteld om bij het afscheid van de huidige gemeenteraad en de installatie van de nieuwe raad geen bloemen uit te reiken aan raadsleden. Het geld dat daarmee wordt bespaard zou volgens de indieners beter kunnen worden gedoneerd aan de Voedselbank Woerden.
De gemeenteraad nam de motie aan. Naast de indienende fracties stemden ook Inwonersbelangen en Onafhankelijke fractie Lamboo voor, waardoor een meerderheid ontstond.
Boodschap
Met haar laatste initiatief wilde Van Soest vooral een boodschap meegeven aan huidige en toekomstige raadsleden. “Je kunt gemeenschapsgeld maar één keer uitgeven. Dan moet je steeds kritisch blijven kijken of het geld terechtkomt waar het echt nodig is”, zegt zij. “Als we met een klein gebaar de Voedselbank kunnen steunen, dan vind ik dat een mooie manier om afscheid te nemen.”
Terugkijkend op haar jaren in de raad benadrukt Van Soest het belang van samenwerking. “Ik heb altijd geprobeerd om samen met collega-raadsleden iets moois te bereiken voor Woerden en in het bijzonder voor mijn Harmelen.”
Haar fractiegenoot en ‘buurman’ aan de raadstafel, CDA-raadslid Rumo van Aalst, noemt haar een betrokken volksvertegenwoordiger. “Toos staat dichtbij de inwoners. Ze luistert goed, kent de gemeenschap en blijft nuchter kijken naar wat echt nodig is.”