
Van oefenslachtoffer tot bevelvoerder
Dag en nacht stond hij paraat. Als de pieper ging, liet hij alles uit zijn handen vallen en snelde hij naar de brandweerpost in Woerden. Na deze week hoeft dat niet meer. Na 36 jaar trouwe dienst als vrijwilliger hangt brandweerman Koos Dros (60) zijn bluspak aan de wilgen.
Vrijdag 1 mei neemt Dros met een hapje en een drankje afscheid van zijn collega’s. Aan de wand van de ruimte in de kazerne waar het gesprek plaatsvindt, hangt een rij foto’s van verschillende uitrukken. Dros kent bij elke foto het verhaal. “Ja, dat heb je als je al zo lang bij deze club hoort”, lacht hij.
Sociale aspect
Dros koos er zelf voor om te stoppen als vrijwillige brandweerman. “Ik heb vorig jaar al de knoop doorgehakt”, vertelt hij. “Ik voel me fit en had nog best een jaartje door kunnen gaan. Maar het is tijd om het wat rustiger aan te doen en te genieten van het leven. Natuurlijk ga ik het missen, vooral het sociale aspect van de brandweer: de saamhorigheid en de kameraadschap. Ze zeggen wel eens dat de brandweer net een familie is. Dat klopt ook wel.”
Toch overheerst bij hem de dankbaarheid. “Ik ben vooral dankbaar dat ik dit werk zo lang heb mogen doen.” Helemaal weg is hij nog niet. “Ik blijf als instructeur en examinator verbonden aan de brandweer. Daarnaast ben ik de komende jaren nog gewoon aan het werk. Ik voer inspecties uit in het kader van risicobeheersing, om de brandveiligheid in gebouwen te waarborgen en incidenten te voorkomen.”
Oefenslachtoffer
Dros kwam via zijn vader bij de brandweer in Woerden terecht. “Ik ben er eigenlijk een beetje ingerold”, vertelt hij. “Mijn vader was brandweerman en ik mocht af en toe als ‘oefenslachtoffer’ meedoen aan oefeningen. Dan lag ik in een ’brandend’ pand en moesten brandweerlieden mij redden. Dat was mijn eerste kennismaking met de brandweer.” Mensen helpen en branden blussen sprak hem aan. Daarom sloot hij zich in 1990 aan bij de vrijwillige brandweer.
‘Ik voel me fit en had nog best een jaartje door kunnen gaan. Maar het is tijd om het wat rustiger aan te doen’
In de eerste maanden maakte Dros direct twee grote incidenten mee. “Er was een grote gasontploffing en een woningbrand. Bij beide incidenten vielen doden. Heel heftig.” Gedurende zijn carrière maakte hij vaker dergelijke situaties mee. “Het went nooit, maar helaas hoort het bij het werk. Door er met collega’s en naasten over te praten, kun je het vaak een plek geven. Later als bevelvoerder hield ik mijn collega’s na heftige uitrukken extra in de gaten.”
Bouwcontainer
Dros heeft slechts één keer een uitruk gedaan met zijn eigen vader. “Hij stopte na 23 jaar bij de brandweer toen ik er net bij kwam. In die korte periode dat we allebei actief waren, moesten we samen een brand in een bouwcontainer blussen.” Met zijn eigen zoon ging hij vaker op pad, iets wat hij nog altijd bijzonder vindt. “Corné begon hier ook als oefenslachtoffer en werd daarna lid van de jeugdbrandweer. Inmiddels is hij beroepsbrandweerman. Ik ben ontzettend trots op hem.”
Terugkijkend zijn er een paar uitrukken die Dros zich goed herinnert, zoals de grote branden bij de vestiging van Gamma en het pand van de Sluis Groep. De verdrinking van een kind is hem echter het meest bijgebleven. “Dat beeld zal ik nooit van mijn netvlies krijgen.” Tegelijkertijd zijn het juist de kleinere incidenten die hem bijblijven. Zoals een brand in een flatwoning. “De brand was snel geblust, maar er lag zóveel rommel in dat huis. Het is soms triest wat je achter een voordeur aantreft.”
Bosverkenning
Na zijn afscheid gaat Dros met zijn partner op vakantie om tot rust te komen en afstand te nemen. “Ik denk dat ik wel moet wennen aan het idee dat ik niet meer bij een uitruk betrokken ben.” Daarna raakt zijn agenda al snel weer gevuld. Zo gaat hij binnenkort weer op ‘bosbrandverkenning’. “Dan stap ik met een piloot in een klein vliegtuig om een paar uur over de Utrechtse Heuvelrug te vliegen. Het is al langere tijd erg droog, waardoor de kans op natuurbranden toeneemt. Als wij ergens rookpluimen zien, geven we dat door aan de collega’s op de grond.”