
Goed broedseizoen voor weidevogels in de Utrechtse Venen
NieuwsRegio - De weidevogels in het werkgebied van agrarisch collectief BoerenNatuur Rijn, Vecht & Venen hebben een goed broedseizoen achter de rug. Vooral het grote aantal kuikens dat uitvloog stemt volgens het collectief positief over de toekomst van verschillende weidevogelsoorten.
Het aantal broedparen bleef dit jaar vergelijkbaar met 2025. Er werden ruim zevenhonderd broedparen van zowel de kievit als de grutto geteld. Daarnaast ging het om ruim vierhonderd tureluurs, ruim driehonderd scholeksters en meer dan honderd slobeenden.
Populatie op peil
Volgens BoerenNatuur zeggen vooral de aantallen uitgevlogen kuikens iets over het succes van een broedseizoen. Eind mei liep ongeveer tachtig procent van de grutto’s nog met kuikens rond. Dat percentage is ruim voldoende om de populatie op peil te houden. Ook het merendeel van de tureluurs had toen nog jongen. Bij de kievit is dat moeilijker vast te stellen, maar er werden duidelijk meer grote en vliegvlugge kuikens gezien dan in voorgaande jaren.
Het collectief schrijft dat succes onder meer toe aan de aanleg van 130 plasdrassen en greppelplasdrassen, ondiepe delen van weilanden waar water blijft staan en veel insecten voorkomen. Daarnaast werd het waterpeil in vijftien kilometer aan sloten verhoogd. Ook hielp het droge en relatief warme weer eind april en begin mei. Daardoor hoefden jonge kieviten minder tijd door te brengen onder de vleugels van hun ouders en konden zij meer voedsel zoeken.
Muizen
Grutto’s en tureluurs profiteerden bovendien van bijna negenhonderd hectare grasland dat pas in juni werd gemaaid of speciaal werd beheerd voor weidevogels. Dat zorgde voor voldoende rust en voedsel. Ook het grote aantal muizen in de polders werkte volgens BoerenNatuur in het voordeel van de weidevogels. Roofdieren, zoals vossen, marterachtigen en roofvogels, richtten zich daardoor vaker op muizen dan op weidevogelkuikens.
Om de omstandigheden verder te verbeteren werden in mei en juni nog twintig extra tijdelijke plasdrassen aangelegd en ruim 35 bestaande greppelplasdrassen langer onder water gehouden. Daarnaast stelde het collectief op ruim 75 hectare productiegrasland het maaien met minimaal twee weken uit, zodat nesten en kuikens meer kans kregen.





















