
Pieter ’t Hart (82) stopt na zestig jaar als scheidsrechter
Sport 1.160 keer gelezenWoerden - Gele en rode kaarten gaf Pieter ‘t Hart (82) niet vaak in zijn zestigjarige carrière als scheidsrechter. “Je moet niet altijd strikt de regels willen toepassen, maar fluiten in de geest van de wedstrijd.”
Zaterdag 18 april is het zover: dan fluit ’t Hart zijn laatste wedstrijd. Speciaal voor zijn afscheid wordt het duel tussen Sportlust ’46 JO14-3 en ARC JO14-4 gespeeld op het hoofdveld van Sportcomplex Cromwijck. Dat vindt de Woerdense arbiter mooi. “Leuk dat Sportlust dat heeft geregeld, want ik wil niet via de achterdeur afscheid nemen.”
Met borden
’t Hart werd al eerder in het zonnetje gezet. Eind maart floot hij een wedstrijd en stonden plots zijn kleindochters met borden langs het veld. “Zij kunnen er zaterdag niet bij zijn, dus wilden ze me verrassen. Nou, dat is wel gelukt.” Na afloop vormden spelers van zowel Sportlust als de tegenstander een erehaag en werd de arbiter toegezongen. “Het was een soort voorproefje voor aankomende zaterdag.”
Voetbal speelde een belangrijke rol in de familie van ’t Hart. Zelf begon hij op zijn tiende met voetballen. “In 1955/1956 deed ik mee aan de schoolvoetbalcompetitie in Pernis, het dorp waar ik woonde. Goede voetbalschoenen had ik niet, dus gaf mijn oom me elke week een dubbeltje. Na verloop van tijd kon ik daarvan een nieuw paar kopen.”
Timmermansleerling
’t Hart werd lid van Excelsior Pernis, de club waar hij tot aan zijn diensttijd bleef spelen. “Ik was timmermansleerling en moest elke zaterdagochtend werken. Soms bereikten we het hoogste punt van de bouw en trakteerde de opdrachtgever ons op een biertje. Die traditie heet pannenbier. Het kwam wel eens voor dat ik met bier in mijn lijf op het veld stond. Ach, we hebben allemaal onze jeugdzondes.”
’t Hart schreef vaak verslagen van de wedstrijden die hij speelde, inclusief opstellingen en doelpuntenmakers. “Die schriftjes heb ik altijd bewaard”, zegt hij. Voor hem op tafel liggen ze, naast de krantenknipsels die hij in de loop der jaren verzamelde. “Ik stuurde mijn verslagjes altijd naar de lokale krant. Die heeft er veel geplaatst.”
Tussen de knipsels liggen ook artikelen over zijn tijd als scheidsrechter. Dat hij ruim zestig jaar op het veld zou staan, had hij nooit verwacht. “Het is eigenlijk toeval dat ik ben gaan fluiten. Tijdens mijn diensttijd had ik ’s avonds veel tijd. Ik las in de krant over een scheidsrechtercursus en schreef me in. Door tijdsdruk kon ik niet alle examenvragen beantwoorden, maar ik ben toch geslaagd.”
Na zijn diensttijd was ’t Hart veertien jaar actief als KNVB-scheidsrechter. “Je zorgt voor structuur en voorkomt dat een wedstrijd rommelig verloopt. Dat is voor iedereen prettig.”
Herniaoperatie
Regelmatig werd hij langs de lijn beoordeeld door de bond. “Het was eigenlijk altijd goed”, zegt ’t Hart terwijl hij een formulier laat zien. “Maar ik had niet de ambitie om hogerop te komen.” Na een herniaoperatie stopte hij in 1979 bij de KNVB en ging verder als clubscheidsrechter bij Sportlust.
De laatste jaren fluit hij alleen nog jeugdwedstrijden. Iets waar hij van geniet. “En ik kan het tempo nog goed bijhouden.” Zijn leeftijd heeft hem nooit dwarsgezeten. “Ik ben lid van Clytoneus en train twee keer per week. Zo blijf ik fit.”
Gedurende zijn carrière trok ’t Hart weinig gele en rode kaarten. “Als het moest gaf ik ze wel hoor. Maar veel kaarten dragen niet bij aan het verloop van een wedstrijd, dus hield ik ze vaak op zak.” Volgens ‘t Hart geeft een goede scheidsrechter het spel de ruimte. “Als je de regels te strikt toepast, slaat het spel dood. Je moet fluiten in de geest van de wedstrijd.”
Of het spel is veranderd? “Niet echt. Wel zijn mensen langs de lijn mondiger geworden, zoals trainers en leiders. Soms vergeten ze dat ze een voorbeeldfunctie hebben.”
’t Hart leidde gedurende zijn carrière honderden wedstrijden. Hij zal het fluiten missen, maar blijft betrokken. “Ik ga zeker nog kijken bij het eerste van Sportlust ’46.”





















